le contrat social

L'ordre social ne vient pas de la nature ; il est fondé sur des conventions

Archive for the category “Uncategorized”

Het Volkslied, de nationale hymne

“Pleidooi voor een andere Vlaamse Leeuw”
Herman Baeten in de Standaard van woensdag 11 juli 2012

De voetballiefhebber heeft de voorbije weken met volle teugen kunnen genieten van de nationale hymnen die door het stadion galmden en door een aantal spelers uit volle borst en al dan niet met overtuiging (en tranen in de ogen) werden meegezongen. Bij ons zal vandaag de Vlaamse Leeuw veelvuldig klinken en over precies tien dagen is het de beurt aan de Brabançonne.
………  ……….  …………  ……………
Onze Vlaamse Leeuw en de Brabançonne zijn misschien minder militant, maar dat beperkt zich bij beide volksliederen tot de eerste strofe, daarna gaat het er heel wat strijdlustiger toe. Het is een mysterie waarom al dit gezwollen en militant taalgebruik nog steeds de volksliederen van heel wat landen blijft kleuren, ook al is veel van het woordgebruik niet meer van deze tijd. Blijkbaar is het heiligschennis om een discussie over volksliederen op gang te brengen.
…………  ………  ………..  ………………….
Het oudste en naar mijn gevoel ook een van de mooiste volksliederen vinden we bij onze Noorderburen met het Wilhelmus. De tekst is misschien ook wat gezwollen, maar de melodie is prachtig met een trage tweekwartsmaat die enkele malen doorbroken wordt door een accentverschuiving naar driekwart: hemiolen noemt men dat in de muziek. Ook de melodievoering is bijzonder mooi en het is dan ook geen wonder dat in de 16de eeuw al heel wat bewerkingen van dit lied bestonden, onder andere in de luitliteratuur. Nederland heeft dit mooie volkslied tussen 1815 en 1932 ingeruild voor het veel gezwollener en militante Wie Neêrlands bloed in de aders vloeit, maar heeft dit gelukkig weer vervangen door het veel oudere en zoveel mooiere Wilhelmus.
……….  ……………  ……………
Wanneer kan en mag er een discussie op gang komen over deze symbolen? Veel landen wijzigden door de geschiedenis heen hun volksliederen, waarom zou dat bij ons niet mogen?
………..  ……….  …………….
Ik vrees dat het helaas een roep in de woestijn is. Symbolen zijn soms zo geladen dat ze onaantastbaar zijn. De Marseillaise zal niemand ter discussie durven stellen, vermoed ik, en hetzelfde zal wel het geval zijn met onze Brabançonne of, meer naar de actualiteit, onze Vlaamse Leeuw. Ondanks Vlaanderen in Actie of ondanks de kracht van verandering is dit waarschijnlijk een brug (of een liedje) te ver.

COMMENTAAR

Op 12 juli 2012, zei Jerry Mager in reactie op: Harry van Bokhoven, Christian S. en Willem Ceupens:

@ Harry van Bokhoven, laat u niets diets maken: “Het is een misverstand om te denken dat alleen Diets en niet Duits op Nederland(s) kan slaan. Het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) zegt bij Duitsch: ‘Etymologisch één met DIETSCH.” @ Christian S. (11-07-22:29), inderdaad wat duits en diets betreft. Indien u ook nog gelijk hebt wat Marnix aangaat dan moet mijn idee u aanspreken: Klokke Roeland, als (een van de) volkslied(-eren). Ook voor Nederland! Naast het Wilhelmus. Zoals de Amerikanen naast The Star-Spangled Banner o.a. hebben: Dixie, God Bless America, My Country Tis of Thee, America the Beautiful, en nog enige. @ Willem Ceupens, waarom negeert u Klokke Roeland? Het lied is actueler dan ooit en toekomstbestendig (brrr, quel mot):” Mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand / En luide storm in Vlaanderland!” Vlaanderland is voor mij net zo goed Nederland en vice versa, desnoods symbolisch-metaforisch of wat u wilt. Dat heeft alles met mijn lagere-school-tijd te maken.

Wij zongen minstens vier keer per maand Klokke Roeland, in de jaren vijftig, bij 30 graden in de schaduw, in Indonesië (toen in de geest van menige oudere Nederlander nog steeds Nederlands Oost-Indië), omdat de kinderen het lied graag zongen. Curieus eigenlijk, maar desniettemin. Die storm, woedt nu en zal voorlopig blijven woeden. Zeker in Vlaanderen, maar tevens in Europa en de ganse wereld. “’t Land is in nood, ‘vrijheid of dood’ / De gilden komen aangetogen.” Die gilden, dat zijn natuurlijk de vakbonden of wat daarvan rest. Het gevaar waarvan het lied gewaagt, is het gevaar dat onze democratie bedreigt. John Philpot Curran zegt het helder: “’It is the common fate of the indolent to see their rights become a prey to the active. The condition upon which God hath given liberty to man is eternal vigilance; which condition if he break, servitude is at once the consequence of his crime and the punishment of his guilt.”

En wat vindt u van het slot: “Vlaanderen den Leeuw! Tril, oude toren / En paar uw lied met onze koren./ Zing: ik ben Roeland, ‘k kleppe brand / Luide triomfe in Vlaanderland!” Uiteindelijk komt alles goed and we shall overcome….. of niet soms? Klokke Roeland is qua symboliek net zo bestendig als het Wilhelmus met zijn verwijzing naar de gehoorzaamheid van de Nederlanders aan de Coninck van Hispanjen. Ik dacht ook nog even aan de liederen uit La Muette waarmee de Belgische opstand zou zijn ingezet, maar het is een Opéra Comique, dus misschien minder geslaagd. Of daarom juist wel? U zegt het maar. Tenslotte een ander “volkslied” dat voor mij inmiddels helemaal door het putje is gegaan: Ode an die Freude, voor Europa. Foei, wat een karikatuur is dat geworden. Laat ons dus rap die onzalige euromuntzone opsplitsen en – ten dele – van vooraf beginnen met Europa ècht opbouwen en proberen samen te smeden.

Op 12 juli 2012 omstreeks 01:40, zei Willem Ceuppens, Sint-Martens-Bodegem:
Nieuw mag, moet niet. Hebben immers de luxe te beschikken over 3 prachtige, gepaste én tijdloze liederen. Sommige hier reeds vermeld. Voorkeur: [1] ‘Gebed voor het Vaderland’ (M: G.Feremans; T: Pirijns); [2] ‘Lied van mijn Land’ (M: I. de Sutter; T: A.van Wilderode); [3] ‘Waar Maas en Schelde vloeien’ (M: Peter Benoit; T: E.Hiel). Alle drie gepast, vooreerst omdat de muziek telkens een kunstwerk is (al is 3 wellicht moeilijk als volkszang), en ten tweede omdat de tekst voldoende poëtisch en inspirerend is: natuurelementen die de tragiek en het wezen van het leven, en het leven als opdracht verwoorden. Helemaal niet oubollig, eerder actueel én tijdloos. Komt daar ergens een ‘godsbegrip’ in voor, dan is dat eigenlijk onvermijdelijk. Dat begrip is echter meerduidig. Verbondenheid (re-ligie) is immers universeel-noodzakelijke vw om aan tekst en muziek (zeker in deze context) een zinvolle betekenis te geven. Nr.1 is trouwens ook een lied voor ‘Ver-enigde (of Her-enigde?) Nederlanden’…

Op 11 juli 2012 omstreeks 22:29, zei Christian S., Zoersel:
Het Wilhelmus is inderdaad erg mooi, maar dit lied toeschrijven aan onze Noorderburen is een aanfluiting van de geschiedenis. In die tijd waren de Nederlanden nog één en verwikkeld in een opstand tegen Spanje. De tekst wordt toegedicht aan Marnix van Sint-Aldegonde, een Zuid-Nederlander (nu zegt men Belg) en burgemeester van Antwerpen tijdens de capitulatie van de stad aan Farnese. De muziek was een populair stukje muziek van die tijd (waarschijnlijk ook uit de zuidelijke Nederlanden). De zin ‘van Duitsen bloed’ of origineel ‘van Dietschen bloed’ betekende in die tijd niets anders dan Nederlands (Nederlands werd toen ook Nederduits of Nederdietsch genoemd). Trouwens, Willem van Oranje voelde zich meer thuis in Brabant (Brussel, Antwerpen, Den Bosch…)dan in Holland.

Op 11 juli 2012 omstreeks 21:26, zei Harry van Bokhoven, Deurne (Antwerpen):
Van mij mogen ze de oude Vlaamse leeuw behouden, al ben ik het wel volmondig met de schrijver van het opiniestuk eens als het over het Wilhelmus gaat. Alleen het zinnetje ‘van Duitsen bloed’, daar heb ik het wat minder mee. Maar ik ben dan ook Nederlander, en Nederlanders hebben het al eens moeilijk met Duitsers, zoals u weet. Ik weiger dus te stellen dat ik van Duitsen bloed ben. Ben ik overigens niet want mijn familie was Noord-Brabants, met zelfs Hélène de Monmorrency als voorouder, Frans dus. Het Engelse mag er overigens ook zijn. De Brabançonne altijd een absolute draak gevonden. Zeker als ik op Boudewijn na er het koningshuis bij denk. Precies de hymne van een of andere fictieve bananenrepubliek. En dat zeg ik zonder Vlaamsche bijgedachten. De andere suggesties voor Vlaamse liederen laten mij koud, al blijft Brel wel mooi, met zijn mooie Nederlandse vertaling van Le Plat pays. Spijtig dat het om een vertaling gaat, ook is hij met grote en erkende deskundigheid gemaakt.

Op 11 juli 2012 omstreeks 14:10, zei Peter B., Dendermonde:
Beste onnozelaars altegader,mijzelf inbegrepen.Waarom reageren op een non-item in volle komkommertijd waar een genie bij De Standaard zich verkneukelt in hoogst persoonlijke reacties, man bijt hond meer dan waardig? Deze ‘spielerei’ is even relevant als de kleur van de schoenen van pakweg Di Ruppo.Of denken jullie dat er ook maar één partij hier een kernpunt van zal maken? En, o ja, ik vind het Wilhelmus wel het mooiste samen met uiteraard het Ros Beiaard. 

Op 11 juli 2012, zei Jerry Mager, in reactie op Peter B.:

@ Peter B., u noemt de Brabançonne met opzet niet? Toegegeven, misschien wat te gezwollen voor vandaag de dag. Ik geef u gelijk wat het Wilhelmus betreft: dat is een gebed (bijna een gebed zonder einde, zóóó lang …. oeijoei, dit komt mij vast op knorren en standjes te staan! Maar, zonder grappen en grollen: ik vind het Wilhelmus werkelijk Okay!) en dat kunnen we tegenwoordig niet vaak en lang genoeg doen. Bidden – of wat u daaronder moge verstaan – bedoel ik. Bij ’ t Ros Beiaard moet ik direct aan Hugo Claus denken, waar hij in “ Het verdriet van België” vertelt dat De Apostelen op de melodie van het Ros Beiaard zingen: “ ‘t Ros luiaard heeft twee monden, een van boven éééhééén een van onderen, …” Dacht u daaraan? Overigens, wie weet tegenwoordig nog van de vier Heemskinderen? Ik las net met groot afgrijzen van die mega-school die gesticht gaat worden. Dat belooft weinig goeds zo voorspel ik u. Nu helemaal geen les over de Heemskinderen meer.

Advertisements

Wordt de SP een nachtmerrie voor de PvdA en de rest in Den Haag?

door Jerry Mager
(15 juni 2012)

“Het probleem van de Nederlandse politiek is dat regeerbaarheid niet haar eerste bekommernis is. Voor politiek-bestuurlijke vernieuwing, zo blijkt, staan partijen alleen open voor zover ze op een of andere manier belang erbij hebben.”
Wim Couwenberg (2012) in: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie

“I am not a mere customer of my government, thank you … I expect something more than arm’s length trading and something less than the encouragement to consume …”
Henry Mintzberg (1996) in: Managing Government, Governing Management

“Liberalism has opposed privilege in policy formulation only to foster it quite systematically in the implementation of policy.”
Theodore Lowi (1969) in: The End of Liberalism

“Economic liberalism misread the history of the Industrial Revolution because it insisted on judging social events from te economic viewpoint.
Nowhere has liberal philosophy failed so conspicuously as in its understanding of the problem of change. Fired by an emotional faith in spontaneity, the common-sense attitude toward change was discarded in favor of a mystical readiness to accept the social consequences of economic improvement, whatever they might be.”
Karl Polanyi (2001/1944) in: The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time”

De gunstige uitkomsten die de SP tijdens de opmaat naar de verkiezingen in september in de peilingen steevast scoort, baren de gevestigde partijen zorgen. Hoewel ieder talking head de geijkte kwalificaties voor politieke barometers en peilingen ten beste geeft, zit men daar in Den Haag vermoedelijk meer en vaker op hete kolen dan de respectieve partijvertegenwoordigers willen doen voorkomen.
Vooral de establishment “bestuurderspartijen” die er volgens diezelfde peilingen dramatisch slecht afkomen, zoals de PvdA en het CDA, lijkt er veel aan gelegen de huidige voorspellingen van de peilingbureaus tenminste in september te logenstraffen. In de strijd naar de kiezersgunst trekt men van alles uit de kast om de eigen club zo voordelig mogelijk over het voetlicht te brengen, daarbij de concurrenten in de schaduw stellend.
Indien je het handig aanpakt, kun je dat in het zonnetje zetten van je eigen club ook bewerkstelligen door de concurrentie naar de afgrond te prijzen: letterlijk afprijzen dus.
Deze aanpak lijkt oud PvdA-minister Wouter Bos te hanteren in zijn column ‘Hoe flikken ze dat toch bij de SP?’ in de Volkskrant van donderdag 14 juni 2012. Tegelijk neemt hij de gelegenheid te baat om ietwat verongelijkt zijn eigen partij enkele vegen uit de pan te geven – hadden jullie mij destijds maar ruimhartig en liefst onvoorwaardelijk gesteund, hoor je Bos bijna zeggen. Het mes snijdt hier dus tenminste aan twee kanten: leek de PvdA maar meer op de SP, of toch liever niet?

” ‘Hidden antisocials’ provide material for a type of leadership which is sociologically immature. Moreover this element in a society greatly strengthens the danger that derives from its frank antisocial elements, especially since ordinary people easily let those with an urge to lead into key positions. Once in such positions, these immature leaders immediately gather to themselves the obvious antisocials, who welcome them (the immature anti-individual leaders) as their natural masters.”
Donald Winnicott (2006) in: The Family and Individual Development

Bos zet zijn afkammen van de SP in met een preteritio, dat wil zeggen dat hij beweert dat hij het eigenlijk niet over iets wil hebben terwijl hij dat juist wel doet. Bos sleept “het maoïstische verleden van de SP en de daarbij horende kadaverdiscipline” erbij om de eensgezindheid van de SP-politici in hun communicatie met de media te verklaren en noemt dat meteen flauw van zichzelf. Hadden we dat bij de PvdA ook maar, die kadaverdiscipline, hoor je Bos bijna verzuchten. Jammer genoeg gaat het er bij de PvdA veel democratischer aan toe dan bij de SP en die lovenswaardige instelling resulteert in gedrag dat partijleiders nachtmerries bezorgt, namelijk: ” dat verschillende vertegenwoordigers van de partij over één en dezelfde kwestie met verschillende , in de pers komen op een moment dat je dit slecht uitkomt.” Dit zegt meer over beperkte leiderschapskwaliteiten van de partijleider dan over tegendraadse partijgenoten.
Zo laat die eensgezindheid bij de SP zich natuurlijk net zo goed verklaren uit een gedeeld gedachtengoed, waarbij het algemene, publieke, belang voorop staat. Kennelijk is dat vandaag de dag niet langer bon ton in de Nederlandse politiek en opereren succesvolle moderne volksvertegenwoordigers als individualistische politieke ondernemertjes, die hun carrière voorop stellen en hun politieke loopbaan slechts beschouwen als een stap op de ladder van hun carrière? Bovendien schuift zo’n job als politiek bestuurder en volksvertegenwoordiger ook nog eens erg royaal en met de secundaire arbeidsvoorwaarden van het volksvertegenwoordigerschap zou menig echte ondernemer, buiten de Haagse kaasstolp, zich verlekkerd de vingers aflikken.

“interest-group liberalism”
Met name de establishmentpartijen met een lange regeertraditie hebben inmiddels een baaierd aan functies en banen geïnstitutionaliseerd die voor incrowd-partijleden zijn gereserveerd; vandaar de aanhalingstekens om “bestuurderspartij.” Wijlen PvdA’er Bart Tromp noemde zijn partij weleens een uitzendbureau voor Kamerleden, een banenmachine. Ze krijgen uiteindelijk allemaal een gematste baan en om zo veel mogelijk apparatsjiks aan een profijtelijke plek en riante beurt aan de Staatsruif te helpen, worden de fracties regelmatig ververst. Menig “politicus” baat het systeem slechts ten eigen voordele uit en bedrijft in het gunstigste geval misschien wat Theodore Lowi zo mooi als interest-group liberalism omschrijft.
Deze ontwikkeling heeft zich in Nederland alleen maar verbreed en is nu dieper dan ooit geworteld in ons maatschappelijk bestel. Het zogeheten “maatschappelijk middenveld” is het Luilekkerland voor politici en de uitgebreide politieke clientèle wanneer het om parkeerplekken aan de Staatsruif gaat.

Een illustratief voorbeeld van de koehandel in politieke benoemingen is de recente casus van VVD’er Charlie Aptroot, die luidkeels pleitte voor het ont-privatiseren van de natuurlijke monopolist de NS. Terecht dat Aptroot deze bizarre figuur aan de kaak stelde, maar ging het hem werkelijk om de NS? Misschien kunnen we in gewone mensentaal stellen dat de heer Aptroot hogerop wilde via zijn partij, maar blijkbaar kreeg hij zijn zin niet, of volgens hem niet snel genoeg, en dus schopt hij een rel rond het thema privatisering – de VVD beijverde zich in de jaren negentig voor het “privatiseren” van de natuurlijke monopolist NS. Aptroots tactiek werkt probaat, want prompt krijgt hij het burgemeesterschap van Zoetermeer toegeschoven (hoeveel gaat Aptroot er met deze nieuwe baan op vooruit?) en over de onzinnige situatie bij de NS hoor je niemand niet meer. Die onzalige constructie blijft vooralsnog gewoon doorhobbelen. Vermoedelijk zijn er te veel hoogbetaalde “managementfuncties” mee gemoeid en zou bij ont-privatisering een herverdeling van baantjes aan de orde zijn. Het VVD-management heeft kennelijk zijn les geleerd met ex-partijgenoot Wilders, die voor zichzelf begon nadat hij vermoedelijk niet snel genoeg naar zijn zin omhoog kwam op de apenrots van de VVD. Dus Aptroot werd rap bediend. Hem hoor je voorlopig niet meer.

De nogal hermetische partijcultuur bij de SP kent zijn nadelen, zoals Bos terecht opmerkt, maar een groot voordeel van zo’n relatieve beslotenheid is dat je er politieke profiteurs, baantjesjagers, avonturiers en uitvreters redelijk effectief mee weert. Onder fraai klinkende etiketten als kruisbestuiving, externe ervaring en job rotation worden maar al te vaak nijver-netwerkende- belangenverstrengelaars en paard-van-Troje-lobbyisten binnengeloodst, die hun politieke posities profijtelijk uitbaten ten eigen faveure. Kijk maar eens naar de lobbyisten in dienst van de bouwondernemers en de tabaksbonzen.

De zogenaamde democratische diversiteit waarover Bos quasi-toegeeflijk het hoofd schudt, zou weleens uit heel andere motieven kunnen voortspruiten dan de officiële lezing zo graag wil doen geloven: louter gaan-voor-het-beste in dienst van het algemeen belang naar deugdelijke democratische traditie. Zo zou je het gedrag van al die PvdA’ ers net zo goed kunnen interpreteren: waken over je eigen belangetjes en zorgen dat er geen beleid op stapel wordt gezet dat je eigen belangen, of dat van je patrons, doorkruist en frustreert.
De gang van zaken bij de SP noemt Bos “uniek” en dat pleit intussen dus allerminst vanzelfsprekend voor de gang van zaken bij al die andere partijen. De PVV valt alsnog buiten dit kader, want de politieke entrepreneur Wilders, een VVD-renegaat en de oud-mentor van premier Rutte, heeft een nieuw politiek businessmodel in de kiezersmarkt gepositioneerd: de ledenloze partij; volgens Wim Couwenberg “een symptoom van een politiek bestel in ontbinding.”

de “grote Ommezwaai” bij de SP
Hetgeen Wouter Bos en vermoedelijk ook menige andere concurrerende politieker het meeste zorgen baart, is wat Bos als de grote ommezwaai, de koerswijziging, van de SP betitelt: “het accepteren van beleid waar ze jarenlang tegen geprotesteerd had.” Deze veranderde opstelling van de SP zoals door Bos gepresenteerd zou al die andere partijen die het betreffende beleid bekostoven en uitvoeren als muziek in de oren moeten klinken, hoewel “accepteren” vermoedelijk te zwaar aangezet is. Tenzij de SP werkelijk de huik naar wind zou hangen natuurlijk, en zich naïef het moeras in zou laten trekken van medeplichtigheid aan de verdergaande verloedering van Nederland en versjtering van Europa, door: “niet langer weg te lopen voor verantwoordelijkheid,” door ook “haar nek uit te steken” en door eveneens “vuile handen te durven maken” en in het Landsbelang ” over de eigenschaduw heen te springen” – zoals PvdA-voorman Job Cohen jammerlijk deed: keer op keer als een gedresseerde poedel door de PVV-CDA-VVD-hoepel springen. Alles, om maar dicht bij “de macht” te blijven – een macht die steevast eerder onmacht blijkt.

medeplichtig aan baggerbeleid
Vanuit het Landsbelang is kwalitatief hoogstaand en deugdelijk effectief oppositie voeren tegen de verloedering van het huidige politieke bestel en maatschappelijke klimaat waarschijnlijk verre te verkiezen boven zogenaamd mee-regeren onder de reclameslogan van ” je verantwoordelijkheid nemen,” en en meer van dit soort valse kreten, waarmee je je de facto medeplichtig maakt aan bizar baggerbeleid dat Nederland slechts schaadt.
Het trieste voorbeeld van zulk treurig opportunistisch handelen leverde het CDA door met de VVD en met gedoogsteun van Wilders’ PVV een onmogelijke regering te vormen. Voor respectievelijke individuele politici stond hun carrière (“de eerste liberale premier sinds lang” en “het pensioengat” en “de opgebouwde periodieken met het oog op wachtgeld en pensioen” en “andere belangen”) waarschijnlijk voorop bij het doordrukken van deze voor ons land rampzalige figuur.

stuivertje wisselen bij stereotyperingen
Waarmee het politieke establishment vermoedelijk nog de meeste moeite heeft, is dat de door haar steevast als “dogmatisch en star” weggezette SP nu het Haagse spel mee lijkt te spelen.
Tot op zekere hoogte, mogen we hopen. Glashard liegen of 180 graden draaien, zoals menig zittend bewindspersoon tegenwoordig om de haverklap doet, is het andere uiterste, maar behendig meebewegen met en soepel inspelen op stereotypen die anderen er schijnbaar van je op nahouden, kan politiek profijtelijk uitpakken. Zo lang je zelf maar helder voor ogen hebt en houdt wat je doelstellingen zijn en wat je nastreeft.

re-framing
Wat de SP tot mijn verwondering stelselmatig heeft nagelaten en verzuimd, is het reframen van die stigmatiserende etiketten die haar door het politieke establishment werden en worden opgedrukt. Dogmatisch en star behoren vermoedelijk tot de meest gebruikte. Vooral verwonderlijk dat de SP zich dit laat aanleunen, omdat het betrekkelijk eenvoudig is om diezelfde etiketten – vaak zelfs met meer recht – op die partijen van toepassing te achten die bijvoorbeeld zo STAR vasthouden aan verworven rechten als de hypotheekrenteaftrek en die inmiddels tegen beter weten in DOGMATISCH alles blijven privatiseren wat los en vast zit. En dan het gewichtige schermen met de term BESTUURDERSPARTIJ, als verwijzend naar een partij met een lange en rijke bestuurservaring. Ik vrees dat vandaag de dag menige Nederlander de term “bestuurderspartij” toch helaas vooral leest als: plucheklevende coterietjes van zakkenvullers en kongsi’s van baantjesjagers.
In zijn column dicht Wouter Bos de SP in ieder geval een ruime bestuurlijke ervaring toe. Of ook de SP straks eventueel tot de, in de ogen van menige burger, soort van “plucheklevende politieke zakkenvullers en baantjesjagers” zal gaan behoren, is wellicht nog de meest intrigerende vraag.

legenda:

Bos, Wouter: Hoe flikken ze dat toch bij de SP? column in Volkskrant, 14 juni 2012

Couwenberg, Wim: Nieuw kiesstelsel is nodig tegen de politieke implosie // zie ook http://archief.nrc.nl/index.php/2012/Mei/22/Overig/nhnl01014/Nieuw+kiesstelsel++is+nodig+tegen+de+politieke+implosie/identify=Y (in NRC, 22 mei 2012)

Couwenberg, S.W. : Het discriminatieverbod geldt altijd, behalve bij politieke partijen.

Goffman, Irving (1974) : Frame analysis: An essay on the organization of experience. – London: Harper and Row.

Lowi, Theodore (1969): The End of Liberalism – New York; Norton

Mintzberg, Henry (1996): Managing Government, Governing Management – Harvard Business Review 20 (May/June): 75 – 83

Polanyi, Karl (2001/1944): The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time” – Boston,Mass.: Beacon Press // foreword by Joseph E. Stiglitz

suggesties:

Barzelay, Michael (2000): The New Public Management – Berkeley: TheUniv. of California Press

Kettl, Donald (2000): The Global Management Revolution –Washington,D.C.: Brookings Institution

Kettl, Donald: The Future of Public Adminstration – op internet onder http://www2.h-net.msu.edu/~pubadmin/tfreport/kettl.pdf

Osborne, David and Ted Gaebler (1992): Reinventing Government – Reading, Mass.: Allison Wesley

Winnicott, D.W. (2006/1965): The Family and Individual Development – New York etc.: Routledge, isbn13: 978 – 0 – 415 – 40277 – 4

* REAGEREN / COMMENTS naar: nel_reacties@yahoo.com *

Will Facebook be there to stay and will the Eurozone fall apart or disappear altogether?

Readers’ comments on JAS’s cartoon in The Economist (May 14th ) showing a head blowing bubbles with an ‘ f’ in the bubbles /see http://www.economist.com/blogs/newsbook/2012/05/week-ahead-0

Jerry Mager – May 14th 2012

“I’m forever blowing bubbles,
Pretty bubbles in the air,
They fly so high,
They reach the sky,
And like my dreams,
They fade and die,
Fortunes always hiding,
I looked everywhere,
I’m forever blowing bubbles,
Pretty bubbles in the air.”

I am aware of the Homo bulla (see e.g. http://pre-gebelin.blogspot.com/2009/01/homo-bulla-vanitas.html : “the Dutch philosopher Erasmus reintroduced the Latin expression “Homo bulla” (”man is a bubble”) in his “Adagia”, a collection of sayings published in 1572.”) but the meaning of the ‘f’ escapes me. What does it stand for, the old Florin fromFlorence, the guilder, the Dutch gulden … ? Or does it hint at that four-letter-word because of the foaming and swearing Greek? By the way in slang the word ‘greek’ has a special meaning too ( free in English – sit venia verbo: up yours! To the Greek politicians that is).

Leydswmw29 in reply to Jerry Mager / May 14th

f is for Facebook (and technology companies in general probably)

Jerry Mager in reply to Leydswmw29 / May 15th

Leydswmw29, Thank you for the clarification.
It seems that I’ve have been put on the wrong foot then, because of this conundrum about Greece and the euro. Or have I? Could it be that Face book is here to stay much longer than the euro zone? Shouldn’t the sign in the cartoon be the sign for the euro – € – instead of the ‘f’? However, as a cartoonist one can’t possibly (yet) draw a cartoon depicting the euro zone as a bubble (which of course it is within the perspective of ‘hubris’ as Erasmus uses in the concept of the homo bulla – bubblegum man) about to pop. Such a cartoonist might get himself sued for sedition or treason, for stirring up defeatist sentiments with the aim of destabilizing and bringing down Europe (I am only partly joking). Mentally there is a sort of inverted link with the ‘f’ however. Because I believe that we presently witness and experience the beginning deflation of the euro zone.

Things wíll fall apart and the centre cannot hold much longer otherwise more anarchy will ensue – I believe. The inherent flaws of this monetary construct make the euro zone in its present form today utterly vulnerable, totally defenseless and completely exposed to the will and whims of the juggernauts and golems which roam the financial jungles out there. Inside jobs are also to be taken into account and cannot be ruled out. Further growth will only add to it’s vulnerability.

So the euro zone bubble must eventually (at least partly) pop and will fragment into two or maybe even more entities each of them maybe with their own kind of euro-like currency and perhaps pertaining to a single market. Such a contraption eventually might be the starting point of a new united/unifiedEurope. Not necessarily unified though for no one can yet predict whatChina,India and other future big players will do in the process and how they may develop and evolve.Europe no longer calls the tune. That’s for sure.

If you want to learn how such bubbles as we in the West experience may come into being do watch the movie “Being There” based on the novel with the same title by Jerzy Kosinsky. There you are presented with the whole story in a nutshell. At the very end of the film we watch how man even can walk on water indeed if only he allows himself to con himself or be deceived by himself which is what the story is about. Brilliantly done. Arthur Miller’s Death of a Salesman” elaborates on the same principle (being a nation of predominantly salesmen The Netherlands should watch it’s step), but considering the case at hand to my opinion “Being There” for the moment is slightly more apt to edify / as an edification.

Myanmar / Birma, democratie, vrije markt en het leger

Myanmar’s army and the economy. The road up from Mandalay.
In the sticks, the army’s business activities are all too present

The Economist / April 21st 2012 | LASHIO | from the print edition

AFTER two decades spent punishing Myanmar with economic sanctions, now Western countries cannot seem to ditch them fast enough. Since by-elections on April 1st were won almost entirely by Aung San Suu Kyi’s opposition National League for Democracy, earlier caution on this issue has been cast aside. Australia and America have lifted travel and financial restrictions on hundreds of members of Myanmar’s establishment. The Americans have also promised to ease sanctions on some business sectors, while allowing in American humanitarian groups. Britain’s prime minister, David Cameron, recently in Myanmar, says that the European Union should suspend all sanctions, while maintaining an arms embargo.
…………… …………… ………………
While Western diplomats worry whether Myanmar’s reforms are “irreversible” or not, in the ethnic (ie, predominantly non-Burmese) regions around the country’s periphery, it is more a question of whether reform has happened at all.
……………. ……………..
Most obvious is the dominant role of the army. Lashio, about 200km (125 miles) from Mandalay, is headquarters to the North-Eastern Regional Military Command, with about 30 infantry battalions. …………
On the back of its formal military role, the army has also built up a suffocating economic grip on the region. Across Myanmar, the national army has for years pursued a policy of “living off the land”. Battalions are obliged to become their own farmers and businessmen in order to feed themselves and pay their wages. Signs outside Lashio proudly announce the entrances to the North-Eastern command’s enormous farms. All along the road up to Muse are more of the army’s various forests and plantations. ….. ……… Loosening the army’s grip on local economies is a condition of lessening its political power. It will have somehow to be done if Myanmar is truly to change.

Comment by Jerry Mager

Jerry Mager / 25th April 2012

The Economist: “Yet a sense of the challenges Myanmar faces on the way to becoming a proper market economy governed by the rule of law can be had by venturing outside the two big cities. Beyond Yangon and Mandalay, interests opposing change remain deeply entrenched. While Western diplomats worry whether Myanmar’s reforms are “irreversible” or not, in the ethnic (ie, predominantly non-Burmese) regions around the country’s periphery, it is more a question of whether reform has happened at all.
This paragraph for me sums it all up. There seems to be no one single politically incorrect sentence in this article. “[B]ecoming a proper market economy governed by the rule of law” probably being the most menacing politically correct phrase, because so (unintentionally) misleading it almost amounts to a kind of Newspeak. Did ‘we’ succeed in becoming a proper free market economy? Not to speak about the rule of law.

The Birmese army acts in the same way as does every army in comparable countries under similar circumstances: in Pakistan, in Egypt, in Indonesia and so on, and so on. Even the US army and those of her “allies” do so be it in an indirect manner – living of the lands of others (“in foreign fields”).They operate under the pretext (or should we allow for “delusion”?) of bringing the blessings of Democracy and The Free Market. Notwithstanding the fact that we all now know that democracy has nothing to do with the free market any more. We are experiencing the consequences of that every day.

Why should Western diplomats worry about “whether Myanmar’s reforms are “irreversible” or not” ? Is there anything that proved to be irreversible except the process of aging and the certainty that we mortals are all to die someday? Here the question marks are extremely correct.
Although Frances Fukuyama recanted his belief about the End of History some time ago his book remains an enjoyable read. E.g. the following passage I think rather illustrative to the topics in this article: “Economic modernization required not just the creation of modern social structures like cities and rational bureaucracies, but the ethical victory of the bourgeois way of life over the thymotic life of the aristocrat.” (in Chapter 17: The Rise and Fall of Thymos). Perhaps one should read sir Edmund Leach on Birma as well. Very up to date still. Above all do not miss out on that roaring poem of Rudyard Kiplings and maybe find some consolation in envisaging that spectacle of ” … the dawn coming up like thunder outer China ‘crost the Bay. On the road to Mandalay where the flyin-fishes play.”

 

De ‘Gestapo’ bij ziekteverzuim in Nederland, anno nu

door Jerry Mager
(13 april 2012, met kleine wijzingen in de voorgaande versie op NELpuntNL.nl)

“Wil men het begrip ‘volk’ in het geavanceerde kapitalisme definiëren dan komt men al gauw uit bij de verzameling van individuen die van buitensporige beloning verstoken blijven. Het volk is die groep van mensen die er niet op hoeven rekenen ooit voor hun loutere verschijning betaald te krijgen.”
Peter Sloterdijk (2007, 2006) in: Woede en tijd

“[O]p paradoxale wijze is het gevaarlijkste ingrediënt van het nazisme niet zijn ‘totale politisering’ van het sociale leven, maar integendeel, de opschorting van het politieke denken door de verwijzing naar een extra-ideologische kern, op veel krachtiger wijze dan bij een ‘normale’ democratische politieke orde het geval is ….”
Slavoj Žižek (1997) in: Het subject en zijn onbehagen

“Sir Thomas waved his hand. ‘The Americans are an extremely interesting people. They are absolutely reasonable. I assure you there is no nonsense about the Americans.’
‘How dreadful!’ cried Lord Henry. ‘I can understand brute force, but brute reason is quite unbearable. There is something unfair about its use. It is hitting below the intellect.’ ”
Oscar Wilde, in: The Picture of Dorian Gray

Wat ons eigenlijk nog het meest zou moeten bevreemden – of liever: verontrusten – aan de affaire Verzuimreductie is dat het voetvolk dat bij die organisatie werkt er blijkbaar geen enkele moeite mee heeft, om medeburgers telefonisch het hemd van het lijf te vragen over de meest intieme medische details en dat vervolgens te rapporteren aan ‘een chef’ (niet-)wetende wat er met die gegevens gebeurt. Blijkbaar geldt het normale taboe daar niet (meer); op z’n minst is de norm opgeschort.
De associatie van Youp van ‘t Hek met de Gestapo is hier zo’n treffende vanwege de verontrustende connotatieve context die hij oproept. Het verschijnsel is van alle tijden. Men meent simpelweg: het is gewoon een baan, werk. Vooral in deze tijden van economische crisis – intussen een vrijzwevend geobjectiveerd begrip, zonder context of causale verbanden – mag je blij zijn wanneer je werk hebt.

Of zouden er alleen robots bij bedrijven als Verzuimreductie werken? Machines die menen: dat is mijn verantwoordelijkheid niet, ik doe alleen wat mij wordt gezegd. Ik voer opdrachten uit, meer niet. Mij treft geen blaam. Lieden die nergens anders aan de bak komen en die zich gewillig voor zulk werk lenen? Gewone mensen, die ook maar doen wat hen wordt opgedragen.

Read more…

The dangers of demonology

Hatred of bankers is one of the world’s oldest and most dangerous prejudices
Abbreviated from the Economist – January 7th 2012 | from the print edition

HURLING brickbats at bankers is a popular pastime. The “Occupy Wall Street” movement and its various offshoots complain that a malign 1%, many of them bankers, are ripping off the virtuous 99%. Hollywood has vilified financiers in “Wall Street”, “Wall Street 2”, “Too Big to Fail” and “Margin Call”. Mountains of books make the same point without using Michael Douglas.

Anger is understandable. The financial crisis of 2007-08 has produced the deepest recession since the 1930s. Most of the financiers at the heart of it have got off scot-free. The biggest banks are bigger than ever. Bonuses are flowing once again. The old saw about bankers—that they believe in capitalism when it comes to pocketing the profits and socialism when it comes to paying for the losses—is too true for comfort.
But is the backlash in danger of going too far? Could fair criticism warp into ugly prejudice? And could ugly prejudice produce prosperity-destroying policies? A glance at history suggests that we should be nervous.
( …………….. )
For centuries the hatred of moneylending—of money begetting more money—went hand in hand with a hatred of rootlessness. Cosmopolitan moneylenders were harder to tax than immobile landowners, governments grumbled. In a diatribe against the Rothschilds, Heinrich Heine, a German poet, fumed that money “is more fluid than water and less steady than air.”
( ……………….. )
Prejudice against financiers can cause non-economic damage, too. Throughout history, moneylenders have been persecuted. Ethnic minorities—most obviously the Jews in Europe and America but also the Chinese in Asia—have clustered in the financial sector first because they were barred from more “respectable” pursuits and later because success begets success. At times, anti-banking prejudice has acquired a strong tinge of ethnic hatred.
In medieval Europe Jews were persecuted not only because they were not Christians but also because killing them was a quick way to expunge debts.
( ……………. )
The crisis of 2008 showed that global finance requires tough medicine. Banks must be forced to hold bigger reserves. “Weapons of mass destruction” must be defused. The culture of short-term incentives needs to be revised. But demonising bankers will not solve these problems—and may well, if unchecked, bring a lot of ancient ugliness back to life.

 

COMMENTS

Jerry Mager – Jan 11th 2012 – writes:
“I like not fair terms, and a villain’s mind” says Bassanio. What I found increasingly irritating re-reading this “The dangers of demonology” is the way in which the writer relates his/her arguments to jewishness and by implication to antisemitism. It is as if every time when one criticizes the way in which the Israeli government behaves towards the Palestinians or other neighbours one runs the risk of automatically being labeled, denounced, not to say demonized as an antisemite – which is odd considering the fact that Palestinians are semites too. As are all Arabs. Why this linking of irresponsible bankers, conniving politicians, marauding venture capitalists, thieving and defrauding financiers, to Jews and jewishness? Is it to stifle any criticism of this lot, to nip it in the bud, to intimidate into self-censorship?

What also strikes me is the leaving out of one of the most illuminating and illustrative examples of bigotry, prejudice, greed, racism, irresponsible gambling and unwarrant risk taking that could have come to the fore in an article like this. I refer, of course, to The “Merchant of Venice.” Reading and perusing this classic once again against the background of this so called “Financial Crisis” of ours, one comes to wonder who after all should be declared and appointed hero and who denounced as the real and intrinsic villain of this play. Did Antonio learn his lesson, did Shylock, or Bassanio? Not in the least so it seems. After all these centuries none of them seem to have changed a bit. They are still the same types of rascals – maybe even more depraved – up to misanthropical mischief and sour stupidities. But, the amounts of money they are gambling with nowadays are many times bigger and so is the havoc they wreak with their sociopathic tantrums.

Even demonizing will not likely be inducive to a change for the better in their acts and attitudes, I fear. Maybe at last a real example should be set: no more bail outs by the tax payer, no more glib and slippery lawyers to their rescue. Have them cut and carved for their pounds of flesh (more or less a pound per person, and including the necessary bloodshed – lets allow anaesthesia though). As it happens three interim managers of Goldman Sachs (Messrs. Draghi, Papademos and Monti), were recently appointed (!) on key governmental positions in the ailing EMU. So far for democracy. The convoluted intertwining of politics and (financial) business seems at least as intimate as it was in the Venice of The Merchant. Maybe even more so nowadays. So what seems to be the problem after all?

Euro-optimisme en Europa-cynisme

De weg naar de hoop loopt langs de groei
Timothy Garton Ash in De Standaard –  vrijdag 27 januari 2012, 03u00
* ingekorte versie; zie De Standaard voor integrale tekst

Het is niet omdat de euro stilaan op een redding afstevent, schrijft TIMOTHY GARTON ASH, dat het politieke project waarvoor hij in het leven geroepen werd, af is. Er is nog veel wrok onder de mensen, en die gaat niet zomaar voorbij.
Woensdagavond gaf Angela Merkel in Davos een speech, zo degelijk als een Mercedes, waarin ze de top van de zakenwereld nog maar eens verzekerde dat de euro gered zal worden. Maar deze keer was het anders: deze keer leek haar publiek het te geloven. Dat roept meteen twee vragen op: waar is de groeistrategie, gesteld dat de euro inderdaad gered wordt? En wat zou een redding van de euro voor de ruimere Europese politiek betekenen?
( ………… )
Omdat de realiteit van de markten alles met het gevoel te maken heeft en de mensen die de markten ‘maken’ hier in Davos sterk vertegenwoordigd zijn, mogen we zeggen dat het gevoel zelf een deel is van de realiteit. De stemming kan weer veranderen. Dat zou zelfs de volgende dagen al kunnen gebeuren, als de schijnbare impasse rond de Griekse schuld niet wordt opgelost. Maar je merkt steeds vaker dat Griekenland als een geval apart beschouwd wordt. Als Griekenland failliet gaat, zou de eurozone erg snel moeten ingrijpen om te tonen dat ze niet zal toelaten dat Portugal hetzelfde lot ondergaat. Als dat lukt, zou het een positief keerpunt kunnen zijn. Men zou een grens hebben getrokken.

Groeistrategie
Laten we even veronderstellen dat de eurozone in het volgende halfjaar gered wordt. Dan zijn er twee problemen. Het eerste: waar moet de groei vandaan komen? Het Duitse soberheidsrecept, dat Merkel nodig denkt te hebben om haar weigerachtige Duitse kiezers te overtuigen (volgend jaar heeft ze nationale verkiezingen), de Bundesbank en het Duitse Grondwettelijk Hof hebben geen duidelijk antwoord op die vraag.

George Soros waarschuwde gisteren dat Europa een groeistrategie nodig heeft om niet in een deflatoire schuldenspiraal te belanden. Als de economieën inkrimpen en de belastinginkomsten dalen, zal de verhouding van de totale schuld tegenover het bbp zelfs stijgen. Eerder deze week publiceerde het IMF herziene groeiverwachtingen en voorspelde het dat de economie van de eurozone in 2012 met 0,5 procent zou krimpen – waarbij sommige landen uiteraard slechter zouden presteren dan andere en het Verenigd Koninkrijk samen met de eurozone zou achteruitgaan.

Zo komen we bij het andere probleem, dat van de politiek. Niet alleen de markten laten zich door percepties en emoties leiden, de democratieën doen dat ook. Op de markten beslissen de percepties en emoties van enkelingen, in de democratieën die van de massa. En het klimaat in Europa is erg slecht. Lees de kranten, kijk naar de televisie, raadpleeg de opiniepeilingen, luister naar de debatten in de nationale parlementen, kijk naar de betogingen in de straten: er valt heel weinig te bespeuren van wat Merkel gisteren het geluk noemde ‘van samen dingen vormgeven’.

Er leeft veel wrok tussen de landen. De Grieken wrokken tegen de Duitsers en de Duitsers tegen de Grieken; de landen van het noorden tegen die van het zuiden; de Britten tegen zowat iedereen en zowat iedereen tegen de Britten. Niemand heeft nog vertrouwen in het Europese project. En er heerst een wijdverspreid scepticisme, misschien zelfs cynisme, tegenover de politici op nationaal en Europees niveau.
( ……….. )

Ontwerpfouten
Het zou dwaas zijn te beweren dat de euro de beste en kortste weg naar deze grotere doelstellingen is geweest. Als de euro niet bestond, zou men hem nog niet meteen moeten invoeren. Maar hij bestaat nu, met alle ontwerpfouten die aan het licht gekomen zijn. We moeten roeien met de riemen die we hebben. Teruggaan zou erger zijn dan vooruitgaan. Hoe moeilijk het ook zal worden, de Europeanen moeten de ontwerpfouten beetje bij beetje verhelpen, binnen de noodzakelijke beperkingen van de nationale democratieën en aangevuld met een groeistrategie. ….. Angst heeft de euro misschien gered. Nu hebben we hoop nodig om een Europees antwoord op de Arabische lente te vinden.

Reacties, zie ook de Standaard 

Op 27 januari 2012,  zei Jerry Mager:

 Dat gevoel mede onze werkelijkheid schept en bepaalt, ben ik met TGA eens. Vooral in ons mediatijdperk is dat sterk het geval. Dus ook die wrok vormt onze realiteit mee. En momenteel vooral het gevoel van angst voor wat ons zou kunnen gebeuren indien “de euro faalt.” Dat laatste weet niemand en ieder scenario lijkt mij daarom even aannemelijk. Rancune, angst en cynisme werken remmend op een helingsproces. TGA beschouwt hoop als voornaamste bestanddeel voor een herstel. Maar waar halen we die hoop vandaan, wanneer het redden van de munt de wrok en rancune slechts doet groeien? TGA observeert ad rem dat het eventuele voortbestaan van de euro niet betekent dat wij dichterbij het beoogde grotere politieke project raken, oftewel: mind doesn’t follow money. Een munt zonder land en zonder volk is een zielloos ding, waar niemand echts iets mee heeft. 

Wat TGA voorstelt – roeien met de riemen die je hebt – betekent in de praktijk dat we tegen beter weten blijven dweilen met de kraan open, hetgeen de rancune zal bestendigen en wellicht doen groeien. Want je kunt nog zulke sluitende en strakke regels en strenge sancties bedenken, die blijven altijd te omzeilen voor partijen die kwaad willen. Kijk maar naar de voorgeschiedenis van Griekenland. Ook de Fransen en Duitsers wisten van wanten. Waar voortgaan op deze manier en in deze samenstelling op uitdraait, is een lange lijdensweg van hoofdzakelijk harmonisatie van de constituerende culturen en respectieve mindsets in de lidstaten – ‘volksaard’ is nu een taboewoord, vandaar dat ik mindset gebruik. Of dat ooit helemaal zal lukken, betwijfel ik. Moet je dat trouwens willen? ‘GLORY be to God for dappled things,’ zegt GM. Hopkins. Neem alleen al de verschillende talen. Overal in de wereld lijken centrifugale krachten juist in opmars en geen centripetale. Kijk maar naar België. 

Politiekers zullen dat daarom nooit vanuit dit perspectief presenteren, maar ons met de angst proberen te regeren. Met angst kun je gehoorzaamheid (obedience) aftroggelen en met hoop wellicht enigszins gemotiveerde meegaandheid (compliance) bewerkstelligen. Maar wat we allemaal willen is liefst enthousiaste betrokkenheid (commitment) bij het project. Daartoe moeten we helaas snijden in eigen vlees. Ik denk aan die bijbeltekst van de hand, de voet en het oog die u hinderen en die ge beter van u kunt werpen. De BV Europa saneren en (voorlopig) downsizen tot neuro en eventueel zeuro, klinkt nu nog als vloeken in de kerk, maar ik geloof dat op den duur dit nog onsympathiek klinkende tussen-alternatief onder ogen gezien zal moeten worden. Vanuit die kern kan groei opnieuw plaatsvinden, onder gunstigere condities en in vruchtbaardere bodem. De hoofdvraag die bij dit al nooit duidelijk beantwoord wordt, luidt wiens en welke belangen het beste worden gediend met voortdoen zoals nu.

“Vertrouwen van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm “

Aldus rechtsfilosofe Dorien Pessers  in de NRC van 23 september 2006  (hieronder volgen enkele kernallinea’s – zie voor de integrale tekst de site van de NRC)

Het evenwicht tussen de rechtsorde en de economische orde is verschoven. Wat publiek is, blijft een zaak van de politiek. Maar bij de vraag hoe de publieke belangen moeten worden behartigd, wordt te veel vertrouwd op de markt. Zo stimuleert de overheid het wantrouwen van de burger.
(  ……………  )  (  ……………  )
In een democratische rechtsstaat bestaat er geen recht zonder politiek, maar ook geen politiek zonder recht. Zouden we de politieke besluitvorming losmaken van de kaderstellende regels van het recht, dan zou de poort worden opengezet naar de kwade trouw. Zouden we het recht losmaken van de politiek, dan zou het recht niet meer zijn antropologische functie kunnen vervullen: namelijk buiten de sfeer van de liefde en de sociale verwantschap de reële en in beginsel conflictueuze betrekkingen tussen vreemden omzetten in humaniserende, menswaardige rechtsbetrekkingen.
Zoals reciprociteit het ideaaltypische model is van rechtsstaat en publiek domein, zo is mutualiteit het ideaaltypische model van de markt. Waar reciprociteit berust op de idee dat sociale vrede alleen mogelijk is indien er eerst gescheiden en in één beweging door meteen verbonden wordt, daar berust mutualiteit op de idee dat sociale vrede en voorspoed bevorderd worden door ontsnapping uit de knellende bindingen van de reciprociteit. Een sociale gemeenschap kan namelijk ook zeer verplichtend zijn en met sociale sancties mensen op hun plaats houden en hun vrijheid beknotten. De markt kan een uitweg zijn uit feodale, totalitaire systemen en is dat ook gebleken. Aan het eind van de achttiende eeuw begonnen horigen zich vrij te kopen en buiten de feodale gemeenschap hun arbeidskracht contractueel aan te bieden aan willekeurig wie, tegen betaling à contant. De opkomst van een kapitalistische markteconomie en later de opkomst van de industriële revolutie bevorderden de ontbinding van feodale reciprociteitssystemen.
(  ………….  )  (  ……………..  )
Wat tot de publieke belangen gerekend moet worden, blijft volgens deze ideologie een taak van de politiek, maar op de vraag hoe deze belangen het beste behartigd kunnen worden, is kennelijk maar één antwoord mogelijk: door een rationele, bedrijfsmatige aanpak waarbij een systeem van prestatiecontracten, prestatie-indicatoren, financiële prikkels, kwantificering van de output en toezicht door de overheid achteraf, garant moet staan voor een efficiënte uitvoering van het beleid. Sommige publieke belangen werden geprivatiseerd, andere werden aan een bureaucratisch-economische rationaliteit onderworpen, bij voorkeur in de vorm van zelfstandige bestuursorganen die op afstand van de politiek werden gezet.
De sociale zekerheid kwam in handen van ondernemende uitkeringsinstanties, het hoger onderwijs in handen van ondernemende universiteiten, de cultuur in handen van ondernemende musea, de gezondheidszorg in handen van particuliere zorgverzekeraars en ondernemende ziekenhuizen. Prestatiecontracten vervingen wetgeving, horizontaal bestuur door middel van publiekprivate samenwerking verving verticaal bestuur, soft law verving hard law. De belangen van de burger werden gereduceerd tot de deelbelangen van de consument.
(  ….. )  (  ………  )
Marketing, presentatie en public relations worden belangrijker dan de diensten die geleverd moeten worden. De vorm wordt belangrijker dan de norm. Misleiding van het publiek door aan de reclame ontleende beeldtaal belangrijker dan betrouwbare dienstverlening. De grenzen tussen het ambt en de persoon van de ondernemende ambtenaar vervagen, zo ook die tussen staat en markt, tussen publieke en private belangen, tussen rationele sturing en irrationele sturing.
Alleen de onderste laag van de professionele werkvloer kent nog de reële condities, waarin burgers leven: de wijkagenten, de onderwijzers, de artsen, de hulpverleners. Maar inmiddels liggen daar demotivatie, cynisme en opportunisme op de loer. Met het gezonde verstand heeft het openbaar bestuur ook zijn goede trouw verloren. Ik noem slechts de fraudes in de bouwwereld, de fraudes in onderwijsinstellingen, de zelfverrijking door managers, de corruptie in het notariaat, de veelbesproken schade die door wezenloze managers in het onderwijs is aangericht, de falende hulpverlening in de jeugdzorg, de banalisering van de publieke omroep die daarmee aan countervailing power verliest, en de enorme prijsstijgingen als gevolg van privatisering of verzelfstandiging.
In de jaren negentig komt ook het contractenrecht zelf onder druk te staan van een economische rationaliteit. De rechtseconomie formuleert als uitgangspunt dat het recht optimale allocatie van goederen en diensten moet bevorderen. Daartoe kan het plegen van wanprestatie economisch profijtelijker zijn dan het nakomen van de overeenkomst. De vrijheid van wanprestatie moet volgens rechtseconomen door het recht worden gehonoreerd indien de wanprestant een schadevergoeding aanbiedt. In dit leerstuk van de ‘efficiënte contractbreuk’ bestaat geen principieel verschil meer tussen goede trouw en kwade trouw indien de kwade trouw maar wordt gecompenseerd met een schadevergoeding. Het gegeven woord geldt slechts zolang trouw aan het gegeven woord economisch profijtelijker is.
(   …… )   (  ……  )
Deze economische magistratuur is een directe bedreiging voor de democratie en de normatieve architectuur van de samenleving. Zo hebben de marktautoriteiten geen democratische, maar een technocratische legitimatie. Anders dan de staat, hebben ze maar een beperkte bemiddelende functie, omdat ze geen algemene belangen behartigen, maar slechts de deelbelangen van marktpartijen en consumenten. Door hun nauwe verwevenheid met de lobbynetwerken van de markt neigen zij ertoe corporatistische belangen te behartigen. Ze zijn – in strijd met de machtenscheiding – toezichthouder, regelgever en handhaver in één. Zijn ze efficiënte uitvoerders gebleken? Nee, de bureaucratische rompslomp van de Nederlandse en Europese marktautoriteiten blijkt die van de verguisde departementen verre te overtreffen. De macht van de Nederlandse en Europese economische magistratuur bevordert ondertussen de fragmentering en ontdemocratisering van het openbaar bestuur en van het algemeen belang.
Zo dreigt het economisch dirigisme met zijn welhaast religieuze, want onfeilbaar geachte dogmatiek, de normatieve architectuur van de samenleving te ondermijnen, de goede trouw en het waarheidsgebod te schenden, en het op tegenspraak ingerichte democratische debat over de goede samenleving te smoren. Met dit alles dreigt ook de fiduciaire rechtsgemeenschap verloren te gaan, die ooit zo moeizaam op de markt werd bevochten.

zie NRC sept. 2006

“Ce sont les petites précautions qui conservent les grandes vertus”

Welcome to WordPress.com. After you read this, you should delete and write your own post, with a new title above. Or hit Add New on the left (of the admin dashboard) to start a fresh post.

Post Navigation