le contrat social

L'ordre social ne vient pas de la nature ; il est fondé sur des conventions

The dangers of demonology

Hatred of bankers is one of the world’s oldest and most dangerous prejudices
Abbreviated from the Economist – January 7th 2012 | from the print edition

HURLING brickbats at bankers is a popular pastime. The “Occupy Wall Street” movement and its various offshoots complain that a malign 1%, many of them bankers, are ripping off the virtuous 99%. Hollywood has vilified financiers in “Wall Street”, “Wall Street 2”, “Too Big to Fail” and “Margin Call”. Mountains of books make the same point without using Michael Douglas.

Anger is understandable. The financial crisis of 2007-08 has produced the deepest recession since the 1930s. Most of the financiers at the heart of it have got off scot-free. The biggest banks are bigger than ever. Bonuses are flowing once again. The old saw about bankers—that they believe in capitalism when it comes to pocketing the profits and socialism when it comes to paying for the losses—is too true for comfort.
But is the backlash in danger of going too far? Could fair criticism warp into ugly prejudice? And could ugly prejudice produce prosperity-destroying policies? A glance at history suggests that we should be nervous.
( …………….. )
For centuries the hatred of moneylending—of money begetting more money—went hand in hand with a hatred of rootlessness. Cosmopolitan moneylenders were harder to tax than immobile landowners, governments grumbled. In a diatribe against the Rothschilds, Heinrich Heine, a German poet, fumed that money “is more fluid than water and less steady than air.”
( ……………….. )
Prejudice against financiers can cause non-economic damage, too. Throughout history, moneylenders have been persecuted. Ethnic minorities—most obviously the Jews in Europe and America but also the Chinese in Asia—have clustered in the financial sector first because they were barred from more “respectable” pursuits and later because success begets success. At times, anti-banking prejudice has acquired a strong tinge of ethnic hatred.
In medieval Europe Jews were persecuted not only because they were not Christians but also because killing them was a quick way to expunge debts.
( ……………. )
The crisis of 2008 showed that global finance requires tough medicine. Banks must be forced to hold bigger reserves. “Weapons of mass destruction” must be defused. The culture of short-term incentives needs to be revised. But demonising bankers will not solve these problems—and may well, if unchecked, bring a lot of ancient ugliness back to life.

 

COMMENTS

Jerry Mager – Jan 11th 2012 – writes:
“I like not fair terms, and a villain’s mind” says Bassanio. What I found increasingly irritating re-reading this “The dangers of demonology” is the way in which the writer relates his/her arguments to jewishness and by implication to antisemitism. It is as if every time when one criticizes the way in which the Israeli government behaves towards the Palestinians or other neighbours one runs the risk of automatically being labeled, denounced, not to say demonized as an antisemite – which is odd considering the fact that Palestinians are semites too. As are all Arabs. Why this linking of irresponsible bankers, conniving politicians, marauding venture capitalists, thieving and defrauding financiers, to Jews and jewishness? Is it to stifle any criticism of this lot, to nip it in the bud, to intimidate into self-censorship?

What also strikes me is the leaving out of one of the most illuminating and illustrative examples of bigotry, prejudice, greed, racism, irresponsible gambling and unwarrant risk taking that could have come to the fore in an article like this. I refer, of course, to The “Merchant of Venice.” Reading and perusing this classic once again against the background of this so called “Financial Crisis” of ours, one comes to wonder who after all should be declared and appointed hero and who denounced as the real and intrinsic villain of this play. Did Antonio learn his lesson, did Shylock, or Bassanio? Not in the least so it seems. After all these centuries none of them seem to have changed a bit. They are still the same types of rascals – maybe even more depraved – up to misanthropical mischief and sour stupidities. But, the amounts of money they are gambling with nowadays are many times bigger and so is the havoc they wreak with their sociopathic tantrums.

Even demonizing will not likely be inducive to a change for the better in their acts and attitudes, I fear. Maybe at last a real example should be set: no more bail outs by the tax payer, no more glib and slippery lawyers to their rescue. Have them cut and carved for their pounds of flesh (more or less a pound per person, and including the necessary bloodshed – lets allow anaesthesia though). As it happens three interim managers of Goldman Sachs (Messrs. Draghi, Papademos and Monti), were recently appointed (!) on key governmental positions in the ailing EMU. So far for democracy. The convoluted intertwining of politics and (financial) business seems at least as intimate as it was in the Venice of The Merchant. Maybe even more so nowadays. So what seems to be the problem after all?

Advertisements

Euro-optimisme en Europa-cynisme

De weg naar de hoop loopt langs de groei
Timothy Garton Ash in De Standaard –  vrijdag 27 januari 2012, 03u00
* ingekorte versie; zie De Standaard voor integrale tekst

Het is niet omdat de euro stilaan op een redding afstevent, schrijft TIMOTHY GARTON ASH, dat het politieke project waarvoor hij in het leven geroepen werd, af is. Er is nog veel wrok onder de mensen, en die gaat niet zomaar voorbij.
Woensdagavond gaf Angela Merkel in Davos een speech, zo degelijk als een Mercedes, waarin ze de top van de zakenwereld nog maar eens verzekerde dat de euro gered zal worden. Maar deze keer was het anders: deze keer leek haar publiek het te geloven. Dat roept meteen twee vragen op: waar is de groeistrategie, gesteld dat de euro inderdaad gered wordt? En wat zou een redding van de euro voor de ruimere Europese politiek betekenen?
( ………… )
Omdat de realiteit van de markten alles met het gevoel te maken heeft en de mensen die de markten ‘maken’ hier in Davos sterk vertegenwoordigd zijn, mogen we zeggen dat het gevoel zelf een deel is van de realiteit. De stemming kan weer veranderen. Dat zou zelfs de volgende dagen al kunnen gebeuren, als de schijnbare impasse rond de Griekse schuld niet wordt opgelost. Maar je merkt steeds vaker dat Griekenland als een geval apart beschouwd wordt. Als Griekenland failliet gaat, zou de eurozone erg snel moeten ingrijpen om te tonen dat ze niet zal toelaten dat Portugal hetzelfde lot ondergaat. Als dat lukt, zou het een positief keerpunt kunnen zijn. Men zou een grens hebben getrokken.

Groeistrategie
Laten we even veronderstellen dat de eurozone in het volgende halfjaar gered wordt. Dan zijn er twee problemen. Het eerste: waar moet de groei vandaan komen? Het Duitse soberheidsrecept, dat Merkel nodig denkt te hebben om haar weigerachtige Duitse kiezers te overtuigen (volgend jaar heeft ze nationale verkiezingen), de Bundesbank en het Duitse Grondwettelijk Hof hebben geen duidelijk antwoord op die vraag.

George Soros waarschuwde gisteren dat Europa een groeistrategie nodig heeft om niet in een deflatoire schuldenspiraal te belanden. Als de economieën inkrimpen en de belastinginkomsten dalen, zal de verhouding van de totale schuld tegenover het bbp zelfs stijgen. Eerder deze week publiceerde het IMF herziene groeiverwachtingen en voorspelde het dat de economie van de eurozone in 2012 met 0,5 procent zou krimpen – waarbij sommige landen uiteraard slechter zouden presteren dan andere en het Verenigd Koninkrijk samen met de eurozone zou achteruitgaan.

Zo komen we bij het andere probleem, dat van de politiek. Niet alleen de markten laten zich door percepties en emoties leiden, de democratieën doen dat ook. Op de markten beslissen de percepties en emoties van enkelingen, in de democratieën die van de massa. En het klimaat in Europa is erg slecht. Lees de kranten, kijk naar de televisie, raadpleeg de opiniepeilingen, luister naar de debatten in de nationale parlementen, kijk naar de betogingen in de straten: er valt heel weinig te bespeuren van wat Merkel gisteren het geluk noemde ‘van samen dingen vormgeven’.

Er leeft veel wrok tussen de landen. De Grieken wrokken tegen de Duitsers en de Duitsers tegen de Grieken; de landen van het noorden tegen die van het zuiden; de Britten tegen zowat iedereen en zowat iedereen tegen de Britten. Niemand heeft nog vertrouwen in het Europese project. En er heerst een wijdverspreid scepticisme, misschien zelfs cynisme, tegenover de politici op nationaal en Europees niveau.
( ……….. )

Ontwerpfouten
Het zou dwaas zijn te beweren dat de euro de beste en kortste weg naar deze grotere doelstellingen is geweest. Als de euro niet bestond, zou men hem nog niet meteen moeten invoeren. Maar hij bestaat nu, met alle ontwerpfouten die aan het licht gekomen zijn. We moeten roeien met de riemen die we hebben. Teruggaan zou erger zijn dan vooruitgaan. Hoe moeilijk het ook zal worden, de Europeanen moeten de ontwerpfouten beetje bij beetje verhelpen, binnen de noodzakelijke beperkingen van de nationale democratieën en aangevuld met een groeistrategie. ….. Angst heeft de euro misschien gered. Nu hebben we hoop nodig om een Europees antwoord op de Arabische lente te vinden.

Reacties, zie ook de Standaard 

Op 27 januari 2012,  zei Jerry Mager:

 Dat gevoel mede onze werkelijkheid schept en bepaalt, ben ik met TGA eens. Vooral in ons mediatijdperk is dat sterk het geval. Dus ook die wrok vormt onze realiteit mee. En momenteel vooral het gevoel van angst voor wat ons zou kunnen gebeuren indien “de euro faalt.” Dat laatste weet niemand en ieder scenario lijkt mij daarom even aannemelijk. Rancune, angst en cynisme werken remmend op een helingsproces. TGA beschouwt hoop als voornaamste bestanddeel voor een herstel. Maar waar halen we die hoop vandaan, wanneer het redden van de munt de wrok en rancune slechts doet groeien? TGA observeert ad rem dat het eventuele voortbestaan van de euro niet betekent dat wij dichterbij het beoogde grotere politieke project raken, oftewel: mind doesn’t follow money. Een munt zonder land en zonder volk is een zielloos ding, waar niemand echts iets mee heeft. 

Wat TGA voorstelt – roeien met de riemen die je hebt – betekent in de praktijk dat we tegen beter weten blijven dweilen met de kraan open, hetgeen de rancune zal bestendigen en wellicht doen groeien. Want je kunt nog zulke sluitende en strakke regels en strenge sancties bedenken, die blijven altijd te omzeilen voor partijen die kwaad willen. Kijk maar naar de voorgeschiedenis van Griekenland. Ook de Fransen en Duitsers wisten van wanten. Waar voortgaan op deze manier en in deze samenstelling op uitdraait, is een lange lijdensweg van hoofdzakelijk harmonisatie van de constituerende culturen en respectieve mindsets in de lidstaten – ‘volksaard’ is nu een taboewoord, vandaar dat ik mindset gebruik. Of dat ooit helemaal zal lukken, betwijfel ik. Moet je dat trouwens willen? ‘GLORY be to God for dappled things,’ zegt GM. Hopkins. Neem alleen al de verschillende talen. Overal in de wereld lijken centrifugale krachten juist in opmars en geen centripetale. Kijk maar naar België. 

Politiekers zullen dat daarom nooit vanuit dit perspectief presenteren, maar ons met de angst proberen te regeren. Met angst kun je gehoorzaamheid (obedience) aftroggelen en met hoop wellicht enigszins gemotiveerde meegaandheid (compliance) bewerkstelligen. Maar wat we allemaal willen is liefst enthousiaste betrokkenheid (commitment) bij het project. Daartoe moeten we helaas snijden in eigen vlees. Ik denk aan die bijbeltekst van de hand, de voet en het oog die u hinderen en die ge beter van u kunt werpen. De BV Europa saneren en (voorlopig) downsizen tot neuro en eventueel zeuro, klinkt nu nog als vloeken in de kerk, maar ik geloof dat op den duur dit nog onsympathiek klinkende tussen-alternatief onder ogen gezien zal moeten worden. Vanuit die kern kan groei opnieuw plaatsvinden, onder gunstigere condities en in vruchtbaardere bodem. De hoofdvraag die bij dit al nooit duidelijk beantwoord wordt, luidt wiens en welke belangen het beste worden gediend met voortdoen zoals nu.

“Vertrouwen van burger is verkwanseld, want de vorm wordt belangrijker dan de norm “

Aldus rechtsfilosofe Dorien Pessers  in de NRC van 23 september 2006  (hieronder volgen enkele kernallinea’s – zie voor de integrale tekst de site van de NRC)

Het evenwicht tussen de rechtsorde en de economische orde is verschoven. Wat publiek is, blijft een zaak van de politiek. Maar bij de vraag hoe de publieke belangen moeten worden behartigd, wordt te veel vertrouwd op de markt. Zo stimuleert de overheid het wantrouwen van de burger.
(  ……………  )  (  ……………  )
In een democratische rechtsstaat bestaat er geen recht zonder politiek, maar ook geen politiek zonder recht. Zouden we de politieke besluitvorming losmaken van de kaderstellende regels van het recht, dan zou de poort worden opengezet naar de kwade trouw. Zouden we het recht losmaken van de politiek, dan zou het recht niet meer zijn antropologische functie kunnen vervullen: namelijk buiten de sfeer van de liefde en de sociale verwantschap de reële en in beginsel conflictueuze betrekkingen tussen vreemden omzetten in humaniserende, menswaardige rechtsbetrekkingen.
Zoals reciprociteit het ideaaltypische model is van rechtsstaat en publiek domein, zo is mutualiteit het ideaaltypische model van de markt. Waar reciprociteit berust op de idee dat sociale vrede alleen mogelijk is indien er eerst gescheiden en in één beweging door meteen verbonden wordt, daar berust mutualiteit op de idee dat sociale vrede en voorspoed bevorderd worden door ontsnapping uit de knellende bindingen van de reciprociteit. Een sociale gemeenschap kan namelijk ook zeer verplichtend zijn en met sociale sancties mensen op hun plaats houden en hun vrijheid beknotten. De markt kan een uitweg zijn uit feodale, totalitaire systemen en is dat ook gebleken. Aan het eind van de achttiende eeuw begonnen horigen zich vrij te kopen en buiten de feodale gemeenschap hun arbeidskracht contractueel aan te bieden aan willekeurig wie, tegen betaling à contant. De opkomst van een kapitalistische markteconomie en later de opkomst van de industriële revolutie bevorderden de ontbinding van feodale reciprociteitssystemen.
(  ………….  )  (  ……………..  )
Wat tot de publieke belangen gerekend moet worden, blijft volgens deze ideologie een taak van de politiek, maar op de vraag hoe deze belangen het beste behartigd kunnen worden, is kennelijk maar één antwoord mogelijk: door een rationele, bedrijfsmatige aanpak waarbij een systeem van prestatiecontracten, prestatie-indicatoren, financiële prikkels, kwantificering van de output en toezicht door de overheid achteraf, garant moet staan voor een efficiënte uitvoering van het beleid. Sommige publieke belangen werden geprivatiseerd, andere werden aan een bureaucratisch-economische rationaliteit onderworpen, bij voorkeur in de vorm van zelfstandige bestuursorganen die op afstand van de politiek werden gezet.
De sociale zekerheid kwam in handen van ondernemende uitkeringsinstanties, het hoger onderwijs in handen van ondernemende universiteiten, de cultuur in handen van ondernemende musea, de gezondheidszorg in handen van particuliere zorgverzekeraars en ondernemende ziekenhuizen. Prestatiecontracten vervingen wetgeving, horizontaal bestuur door middel van publiekprivate samenwerking verving verticaal bestuur, soft law verving hard law. De belangen van de burger werden gereduceerd tot de deelbelangen van de consument.
(  ….. )  (  ………  )
Marketing, presentatie en public relations worden belangrijker dan de diensten die geleverd moeten worden. De vorm wordt belangrijker dan de norm. Misleiding van het publiek door aan de reclame ontleende beeldtaal belangrijker dan betrouwbare dienstverlening. De grenzen tussen het ambt en de persoon van de ondernemende ambtenaar vervagen, zo ook die tussen staat en markt, tussen publieke en private belangen, tussen rationele sturing en irrationele sturing.
Alleen de onderste laag van de professionele werkvloer kent nog de reële condities, waarin burgers leven: de wijkagenten, de onderwijzers, de artsen, de hulpverleners. Maar inmiddels liggen daar demotivatie, cynisme en opportunisme op de loer. Met het gezonde verstand heeft het openbaar bestuur ook zijn goede trouw verloren. Ik noem slechts de fraudes in de bouwwereld, de fraudes in onderwijsinstellingen, de zelfverrijking door managers, de corruptie in het notariaat, de veelbesproken schade die door wezenloze managers in het onderwijs is aangericht, de falende hulpverlening in de jeugdzorg, de banalisering van de publieke omroep die daarmee aan countervailing power verliest, en de enorme prijsstijgingen als gevolg van privatisering of verzelfstandiging.
In de jaren negentig komt ook het contractenrecht zelf onder druk te staan van een economische rationaliteit. De rechtseconomie formuleert als uitgangspunt dat het recht optimale allocatie van goederen en diensten moet bevorderen. Daartoe kan het plegen van wanprestatie economisch profijtelijker zijn dan het nakomen van de overeenkomst. De vrijheid van wanprestatie moet volgens rechtseconomen door het recht worden gehonoreerd indien de wanprestant een schadevergoeding aanbiedt. In dit leerstuk van de ‘efficiënte contractbreuk’ bestaat geen principieel verschil meer tussen goede trouw en kwade trouw indien de kwade trouw maar wordt gecompenseerd met een schadevergoeding. Het gegeven woord geldt slechts zolang trouw aan het gegeven woord economisch profijtelijker is.
(   …… )   (  ……  )
Deze economische magistratuur is een directe bedreiging voor de democratie en de normatieve architectuur van de samenleving. Zo hebben de marktautoriteiten geen democratische, maar een technocratische legitimatie. Anders dan de staat, hebben ze maar een beperkte bemiddelende functie, omdat ze geen algemene belangen behartigen, maar slechts de deelbelangen van marktpartijen en consumenten. Door hun nauwe verwevenheid met de lobbynetwerken van de markt neigen zij ertoe corporatistische belangen te behartigen. Ze zijn – in strijd met de machtenscheiding – toezichthouder, regelgever en handhaver in één. Zijn ze efficiënte uitvoerders gebleken? Nee, de bureaucratische rompslomp van de Nederlandse en Europese marktautoriteiten blijkt die van de verguisde departementen verre te overtreffen. De macht van de Nederlandse en Europese economische magistratuur bevordert ondertussen de fragmentering en ontdemocratisering van het openbaar bestuur en van het algemeen belang.
Zo dreigt het economisch dirigisme met zijn welhaast religieuze, want onfeilbaar geachte dogmatiek, de normatieve architectuur van de samenleving te ondermijnen, de goede trouw en het waarheidsgebod te schenden, en het op tegenspraak ingerichte democratische debat over de goede samenleving te smoren. Met dit alles dreigt ook de fiduciaire rechtsgemeenschap verloren te gaan, die ooit zo moeizaam op de markt werd bevochten.

zie NRC sept. 2006

“Ce sont les petites précautions qui conservent les grandes vertus”

Welcome to WordPress.com. After you read this, you should delete and write your own post, with a new title above. Or hit Add New on the left (of the admin dashboard) to start a fresh post.

Post Navigation